Het is je gelukt om een eerste job te vinden? Proficiat! Een zware last valt van je schouders. Centjes! Eindelijk! Een opluchting… Maar na de euforie komen al snel de vragen want ook nu ligt er een papierberg voor je klaar en zijn er allerlei officiële instanties die het fijne willen weten van je nieuwe job. Maak je borst al maar nat.
Een arbeidsovereenkomst wordt ook wel eens een ‘contract’ genoemd, en kan zowel mondeling als schriftelijk zijn. Van zodra je met een werkgever overeenkomt wat je moet doen en hoeveel geld je hiervoor gaat verdienen, is er sprake van een overeenkomst. Uiteraard is het veiliger een schriftelijke overeenkomst te vragen. Je hebt dan altijd een bewijs als er problemen zijn. Zorg ervoor dat je ten laatste op de dag van je indiensttreding een exemplaar hebt. Heb je toch een grenzeloos vertrouwen in je werkgever en enkel een mondelinge overeenkomst, dan is deze sowieso van onbepaalde duur.
Wat moet er in je contract staan? De naam en het adres van de werkgever en de werknemer, of je arbeider of bediende bent, de datum waarop je officieel begint te werken, de aard van het werk (je functie), de plaats waar je gaat werken, hoeveel je gaat verdienen (en de eventuele premies), het paritair comité waaronder je valt, de datum en de handtekeningen van beide partijen.
In de overeenkomst wordt vaak verwezen naar het arbeidsreglement. Hierin staan zaken die voor alle werknemers in het bedrijf van toepassing zijn: o.a. de werkuren, rustpauzes, vrije dagen, wijze van betaling en nog van dat. Misschien staat er al iets in over je pensioenregeling?
Het kan zeker geen kwaad het te bekijken voor je het contract tekent. Je werkgever moet je voor je begint te werken een kopie van het arbeidsreglement bezorgen: het hoort bij het contract.
Er bestaan verschillende soorten overeenkomsten.
De meest gekende arbeidsovereenkomsten zijn die voor arbeiders en bedienden. Arbeiders verrichten in hoofdzaak 'handenarbeid'. Bedienden verrichten hoofdzakelijk 'hoofdarbeid'. Vroeger was het verschil duidelijk. Vandaag is het onderscheid veel moeilijker te maken.
1. Voltijds of deeltijds
Je kan voltijds gaan werken (38 uren of meer) of deeltijds. Dat wil zeggen dat men ervoor kiest geen ‘voltijdse job’ uit te oefenen, en dus maar 1/2, 3/4 of 4/5 van de normale arbeidstijd te gaan werken (dit zijn de meest gangbare formules). Zo wil men meer tijd vrijmaken voor het gezin, de opvoeding van de kinderen, het huishouden, enzovoort…Je deeltijdse arbeidsregeling en je uurrooster dienen vast te liggen in je arbeidsovereenkomst. Dat uurrooster kan bovendien vast (elke week hetzelfde) of variabel zijn.
2. Van bepaalde of van onbepaalde duur
Het spreekt voor zich, een overeenkomst van onbepaalde duur houdt geen beperkingen in naar tijd. Als je geen schriftelijke maar een mondelinge overeenkomst hebt is deze in principe ook van onbepaalde duur. In een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur wordt de begin- en einddatum van je tewerkstelling duidelijk vastgelegd. Deze overeenkomst moet dus sowieso schriftelijk vastgelegd worden.
Het kan ook zijn dat men je heeft aangenomen voor een bepaald werk. Dit werk dient duidelijk omschreven te zijn, en bij voltooiing ervan loopt de overeenkomst af.
Is de overeenkomst afgelopen en wil men toch nog dat je blijft? Dan beland je automatisch in een contract voor onbepaalde duur. Let wel, hierop bestaan een aantal uitzonderingen! Contacteer ons!
3. Een vervangingsovereenkomst
Bij langdurige ziekte, zwangerschap of loopbaanonderbreking van een werknemer kan men iemand in diens plaats aanwerven. De (eventueel) aangepaste proefperiode en opzeggingstermijn en de naam van de vervangen werknemer moeten vermeld worden in de arbeidsovereenkomst.
4. Uitzendarbeid
Het is niet makkelijk onmiddellijk je droomjob te vinden. Je zoekt de arbeidsmarkt af, snuffelt naar de mogelijkheden en tast diep in je eigen talentenbuidel. Maar wat doe je ondertussen? Veel jonge schoolverlaters nemen daarom hun toevlucht tot interimwerk, het is tijdelijk en je bent snel weer weg. Een ideale formule misschien maar in sommige gevallen is het toch oppassen geblazen. Bij uitzendarbeid zijn steeds drie partijen gemoeid: jij, het interimkantoor en het bedrijf dat werk aanbiedt. Het bedrijf en het interimkantoor hebben onderling een overeenkomst en jij hebt een overeenkomst met het interimkantoor. Zij zijn dus de werkgever en moeten ervoor zorgen dat je loon (op tijd) gestort wordt.
OPGELET: Zwartwerk is altijd nadelig!!!
Of je nu helemaal of slechts voor een deeltje in het zwart werkt, het is steeds nadelig. Waarom?
- Je bent niet beschermd. Het ABVV kan je bijvoorbeeld niet helpen bij problemen met je werkgever want officieel werk je niet voor hem.
- Je bent niet zeker van je loon. Er staat tenslotte nergens dat je iets verdient.
- Je betaald geen belastingen of RSZ-bijdragen. ‘Leuk’, zou je denken. Maar als je ziek wordt, zwanger, werkloos of op pensioen gaat,… en dan zonder inkomen moet leven zal je het waarschijnlijk een stuk minder leuk vinden.
De werkgever kan een proefperiode inlassen. Dit is een periode waarin zowel de werkgever als de werknemer zonder al te veel formaliteiten een einde aan de overeenkomst kunnen maken. De juiste termijn moet in het contract bepaald worden.
Arbeider
min. 7 dagen
max. 14 dagen
Bediende
min. 1 maand
max. 6 maanden
max. 12 maanden indien het loon meer is dan € 36.355 Bruto (01.01.2010).