1) Het werknemersleercontract en de Syntra-leerovereenkomst
Deze contracten werden reeds in het vorige deel besproken. Het werknemersleercontract wordt in principe afgesloten voor de leeftijd van 18 jaar. Toch zijn er afwijkingen mogelijk. DeSyntra-leerovereenkomst kan ook na de leeftijd van 18 jaar worden afgesloten. Na je 18 jaar krijg je een hogere leervergoeding:
+18jaar 1e jaar € 387,47 2e jaar € 435,90 3e jaar € 480,47* *Dit bedrag komt overeen met de kinderbijslaggrens. Wanneer deze grens wordt verhoogd, zal ook de leervergoeding verhogen tot € 484,34. Je hebt recht op kinderbijslag indien je bruto maandinkomen of je sociale uitkering niet meer bedraagt dan € 480,47.
2) De Syntra-stageovereenkomst
2.1. Leren en werken Dit is een basisvorming die voorbereidt op het algemeen, technisch, commercieel, financieel en administratief uitoefenen van een zelfstandig beroep en het beheer van een kleine en middelgrote onderneming. De ondernemingsopleiding bestaat uit een cursus bedrijfsbeheer en beroepskennis. Deze opleiding neemt meestal 2 cursusjaren van elk 256 uur (twee avonden in de week) in beslag. De cursussen vinden plaats in een Centrum voor Middenstandsopleiding, de zogenaamde “Syntra’s” of een Vormingsinstituut voor KMO (= Kleine en Middelgrote Ondernemingen). 2.2. Voorwaarden Aan de basis van de stageovereenkomst ligt de ondernemingsopleiding. Om toegelaten te worden tot de cursus bedrijfsbeheer moet je voldaan hebben aan de leerplicht. Om toegelaten te worden tot de cursus beroepskennis moet je een bepaalde vooropleiding of praktijkervaring kunnen voorleggen. Beschik je niet over deze voorkennis, dan moet je een stageovereenkomst sluiten om tot de cursus ondernemersopleiding te worden toegelaten. Anderen kunnen op vrijwillige basis een stageovereenkomst sluiten. 2.3. De stageovereenkomst De stageovereenkomst is een overeenkomst waarbij het ondernemingshoofd zich ertoe verbindt jou een beroepstechnische opleiding te geven, en waarbij je je ertoe verbindt de techniek van het beroep aan te leren onder leiding en het toezicht van het ondernemingshoofd, en de nodige cursussen te volgen in een Synra-Centrum. De overeenkomst wordt gesloten door een leertrajectbegeleider. Hij is degene die de stageovereenkomst begeleidt. De stageovereenkomst kan voltijds of deeltijds zijn. Een deeltijdse stageovereenkomst moet één kwart, de helft of driekwart van een voltijdse overeenkomst omvatten. Omgezet in uren komt dit overeen met 2/5, 3/5 en 4/5 van de voltijdse arbeidsduur in de sector, waarbij de lesdag meetelt voor 1/5. De stageovereenkomst moet aanvangen tussen 1 juli en 30 november voor diegenen die zonder deze stage de cursussen beroepstechnische vorming niet mogen aanvatten. Anderen kunnen ook na 30 november een stageovereenkomst sluiten. In ieder geval moet je de cursussen theoretische vorming ten laatste op de 6de cursusdag aanvatten. De minimale duur van de overeenkomst is 6 maanden en is slechts schriftelijk verlengbaar. De uiterlijke einddatum van de stageovereenkomst is de einddatum van de ondernemingsopleiding zijnde 2 à 3 jaar naargelang de duur van het opleidingsprogramma. Een stageovereenkomst kan enkel worden gesloten voor de erkende opleidingen in een zelfstandig beroep of groep van beroepen, voor zover er voor het (de) beroep(-en) tegelijkertijd een cursus theoretische vorming tijdens hetzelfde cursusjaar loopt. Er zijn tal van opleidingsmogelijkheden in de meest uiteenlopende sectoren, gaande van voeding, hout en bouw, metaal, persoonsverzorging, … tot een uitgebreid gamma van dienstverlenende beroepen. Het is mogelijk een deeltijdse stageovereenkomst te combineren met een deeltijds arbeidsovereenkomst in een andere sector. Ben je geslaagd, dan ontvang je het diploma ondernemersopleiding dat beantwoordt aan de eisen van de vestigingswet. 2.4. Vergoeding De stagevergoedingen worden op 1 januari van elk jaar aangepast. De cursist-stagiair ontvangt in 2009 een stagevergoeding van het ondernemingshoofd van minimaal: - wanneer de cursist-stagiair geen voldoende vooropleiding heeft in het beroep: · € 480,47* tijdens het eerste cursusjaar (+ kinderbijslag) · € 682,47 tijdens het tweede cursusjaar · € 806,54 tijdens het derde cursusjaar * Dit bedrag komt overeen met de kinderbijslaggrens. Wanneer deze wordt verhoogd, zal ook de leervergoeding verhogen tot € 485,80. - wanneer de cursist wel voldoende vooropleiding heeft in het beroep: · € 682,47 tijdens het eerste cursusjaar · € 806,54 tijdens het tweede en derde cursusjaar. Bij een deeltijdse stagevergoeding wordt de vergoeding naar verhouding berekend. Vooropleiding: Als voldoende vooropleiding geldt: · Voor ambachtelijke beroepen: getuigschrift leertijd in een zelfde of aanverwante opleiding; diploma 6TSO of 6KSO in een zelfde of aanverwante opleiding; getuigschrift 6BSO in een zelfde of aanverwante opleiding; diploma ondernemersopleiding; getuigschrift hoger onderwijs; · Voor intellectuele dienstverlenende beroepen: getuigschrift leertijd in een zelfde of aanverwante opleiding; diploma 6ASO of TSO -richting handel; diploma 6KSO in een zelfde of aanverwante opleiding.; diploma 7BSO in een zelfde of aanverwante opleiding. 2.5. Proefperiode De stageovereenkomst bevat een proefperiode. Deze duurt: · Eén maand bij een stageovereenkomst die maximaal één jaar duurt; · Twee maanden bij een stageovereenkomst die langer dan een jaar en maximaal twee jaren duurt; · Drie maanden bij een stageovereenkomst die langer dan twee jaren duurt. 2.6. Einde van de overeenkomst De uitvoering van een stageovereenkomst neemt een einde wanneer de termijn verstreken is, en verder bij het overlijden van de cursist-stagiair of het ondernemingshoofd en wanneer er geen monitor is. Andere redenen die aanleiding kunnen geven tot een beëindiging zijn: de proeftijd, overmacht, schorsing, dringende reden. 2.7. Kinderbijslag Het recht op kinderbijslag blijft behouden zolang je geen 25 jaar oud bent en niet meer dan € 480,47 per maand verdient.
3) De individuele beroepsopleiding (IBO) voor schoolverlaters
3.1. Wie en wat? De individuele beroepsopleiding (IBO) in de onderneming is een opleiding voor schoolverlaters in wachttijd waarbij deze door de onderneming op de werkplek worden getraind en begeleid in het beroep waarin ze na de opleiding zullen tewerkgesteld worden in de onderneming. 3.2. Voorwaarden De directeur van de VDAB of een gedelegeerd medewerker beslist of je een opleiding in een onderneming, die in hun ambtsgebied gevestigd is, kan genieten en beslist over de toelating, de beëindiging, de voorzetting of verlenging van jouw opleiding. 3.3. Opleiding De opleidingsduur bedraagt minimum 1 maand en maximum 6 maanden en wordt vastgelegd in functie van een gedetailleerd opleidingsprogramma dat in gemeenschappelijk overleg tussen bedrijf en VDAB wordt vastgelegd, rekening houdend met jouw scholing. Dit programma wordt aan het contract gehecht. Word je beschouwd als een laaggeschoolde werkzoekende, dan kan een langere globale duurtijd worden voorzien tot maximum 12 maanden omwille van pedagogische noodzaak. De IBO kan georganiseerd worden in aansluiting op een opleiding in een centrum voor beroepsopleiding, waarbij de globale duurtijd de normale duurtijd van een opleiding in een centrum voor beroepsopleiding niet mag overschrijden. Ben je laaggeschoold, dan kan de globale maximumduurtijd van 12 maanden worden overschreden (centrum + IBO), voor zover evenwel de totale duur van de IBO 12 maanden niet overschrijdt. Verlengingen van de maximumduur is enkel mogelijk als je opleiding door geval van overmacht (b.v. ziekte) geschorst (= onderbroken) werd. Deeltijdse IBO De toepassing van de deeltijdse IBO kan onder de voorwaarde dat het arbeidsregime van de deeltijdse IBO minstens 50% bedraagt van het voltijdse arbeidsregime in de onderneming. 3.4. Vergoeding Compensatievergoeding Je krijgt een compensatievergoeding van 9,60 €/dag voor alle dagen van de week tijdens de IBO. De compensatievergoeding is belastbaar (bedrijfsvoorheffing van 11,11%) De compensatievergoeding wordt tijdens de IBO doorlopend uitbetaald, behalve tijdens ziekte, een arbeidsongeval en ongewettigde afwezigheid. Productiviteitspremie Tijdens de opleiding ontvang je van de VDAB een productiviteitspremie die progressief is. Het bedrag van de premie wordt uitgedrukt in een percentage van het verschil tussen het normale loon van een werknemer in het beroep en de compensatievergoeding. Ook hierop is een bedrijfsvoorheffing van 11,11% van toepassing. 3.5 Vervoerskosten Je hebt ten laste van de werkgever recht op een tussenkomst in de verplaatsingskosten. 3.6. Vakantiegeld en eindejaarspremie Je hebt voor de duur van de IBO geen recht op betaalde vakantiedagen, eindejaarspremie of andere voordelen eigen aan de onderneming. 3.7. Kinderbijslag Volgens de wetgeving op de kinderbijslag mag de kinderbijslag verder uitbetaald worden tijdens de wachttijd. De toekenning van de kinderbijslag wordt evenwel geschorst voor de volledig maand waarin een winstgevende activiteit wordt uitgeoefend waarvoor een brutoloon van minstens € 480,47 per maand wordt ontvangen. 3.8. Ziekteverzekering Je blijft tijdens de wachttijd ten laste van je ouders m.b.t. de ziekteverzekering. Op het moment dat je een wachtuitkering krijgt, bezit je de hoedanigheid van gerechtigde van de ziekteverzekering. Dan moet je naar een kantoor van de (Socialistische) Mutualiteiten stappen en krijg je je eigen ‘boekje’. 3.9. Contract na het einde van de opleiding De onderneming verbindt er zich toe je onmiddellijk na het einde van je opleiding verder in loondienst te werk te stellen met een contract voor onbepaalde duur. Na de IBO kan je ook met een startbaanovereenkomst beginnen. 3.10. Stopzetting van de opleiding Indien jij of de onderneming de IBO wenst stop te zetten, dan moet de VDAB met jou en de onderneming over de stopzetting onderhandelen. De directeur van de VDAB of de gedelegeerd medewerker beslist dan op basis van het verslag over de stopzetting van de IBO. Indien de onderneming de overeenkomst vroegtijdig stopzet zonder beslissing van de VDAB is hij jou een vergoeding verschuldigd die overeenkomt met het bedrag dat je betaald zou krijgen voor het resterende gedeelte van de opleiding. Wanneer de schorsing (= onderbreking) van je opleiding in geval van ziekte of ongeval zo lang duurt dat je niet zonder moeilijkheden de opleiding kan verder zetten, dan kan de IBO zonder opzegging worden beëindigd.
4) Beroepsinlevingsovereenkomst
4.1. Inleiding De wetgever stelde vast dat er in de praktijk een heleboel bedrijfsstageformules bestaan waarvoor er in feite geen wettelijk kader voorhanden is. M.a.w. naast de praktijkopleidingen in de onderneming die wel reglementair onderbouwd zijn, bestaan er blijkbaar nog tal van formules van praktijkstage in de onderneming zonder juridische omkadering. Daarom wordt er via deze reglementering een gamma van normen vastgelegd waaraan alle vormen van stage of bedrijfsopleiding minimaal moeten aan voldoen, zelfs wanneer er wel een wettelijk kader voorhanden is. 4.2. Wat zijn beroepsinlevingsovereenkomsten? Beroepsinlevingsovereenkomsten zijn overeenkomsten waarbij de stagiair in het kader van zijn opleiding bepaalde kennis of vaardigheden verwerft bij een werkgever. 4.3. Verplicht geschrift Een beroepsinlevingsovereenkomst moet voor iedere stagiair afzonderlijk schriftelijk worden vastgesteld, uiterlijk op het tijdstip waarop de stagiair de uitvoering van zijn beroepsinlevingsovereenkomst aanvangt. 4.4. Minimumvergoeding de vergoeding voor de stagiairs bedraagt een percentage van de helft van het gemiddeld maandelijks minimuminkomen. De Paritaire Comités mogen hogere minimumbedragen vaststellen, de vergoeding mag niet lager zijn dan het bedrag dat moet toegekend worden in het kader van de industriele leerovereenkomst. 4.5. Aansprakelijkheidsregeling De stagiair is aansprakelijk voor schade aan derden of aan de werkgever. Hij is enkel aansprakelijk voor opzet, zware fout of herhaaldelijk weerkerende licht fouten.
5) De startbaanovereenkomst
5.1. Wie en Wat ? De startbaanovereenkomst (SBO) geeft jongeren de mogelijkheid hun eerste stappen op de arbeidsmarkt te zetten. Elke jongere die minder dan 26 jaar oud is en geen diploma van hoger secundair onderwijs heeft, komt in aanmerking voor een startbaanovereenkomst. Je hebt dan nog enkel een startbaankaart nodig. Ook jongeren van buitenlandse afkomst en gehandicapte jongeren komen in aanmerking. 5.2. De overeenkomst
Er zijn 3 types van startbaanovereenkomsten: - een min. halftijdse arbeidsovereenkomst; - een combinatie van een deeltijdse arbeidsovereenkomst, minimaal halftijds, met een opleiding; - een andere vorm van opleiding: een industriële leerovereenkomst, een Syntra-overeenkomst, een overeenkomst voor socioprofessionele inschakeling, elke andere vorm van opleiding door de Koning bepaald. 5.3. De werkkaart en principes - door RVA uitgereikt - blijft zes maand geldig - verlengbaar - is de voorwaarde om een startbaanovereenkomst (SBO) af te sluiten Deze werkkaart is dus de basis voor de startbaanovereenkomst. Zonder deze startbaankaart is er geen geldige overeenkomst! Er mag ook onbeperkt gewisseld worden van type arbeidsovereenkomst, zowel bij dezelfde werkgever als een andere werkgever. De startbaan eindigt wanneer de tewerkstelling van de jongere eindigt bij de betrokken werkgever. Meer info nodig ? Contacteer dan ABVV-jongeren in je buurt !
|