Startpagina | Kalender | Nuttige links Zoeken | Mijn winkelkarretje 







 
 
Je bent jong > Je rechten/plichten 

DEELTIJDS LEREN & WERKEN VOOR –18 JARIGEN  



1) Het werknemersleercontract (= Industrieel leercontract)

1.1.  Leren en werken

Wie een tewerkstelling vindt in de industriesector, volgt een opleiding in een Centrum voor Deeltijds Onderwijs. Het industrieel leerlingenstelsel wordt georganiseerd voor jongeren die een beroep willen aanleren dat wordt uitgeoefend  door een werknemer in loondienst.
Met het werknemersleercontract verbindt de patroon er zich toe jou op te leiden in een bepaald beroep, door jou een praktische beroepsopleiding te verstrekken en te waken over jouw aanvullende theoretische opleiding en algemene vorming.

De leertijd omvat enerzijds een theoretische opleiding die je volgt in een onderwijs- of opleidingsinstelling (een Centrum voor Deeltijds Beroepssecundair onderwijs of een Centrum voor Deeltijdse Vorming), en anderzijds een praktische opleiding in een onderneming onder begeleiding van ervaren werknemers.

Dankzij dit opleidingssysteem kan je dus:
· Praktische kennis verwerven van het gekozen beroep;
· Theoretische beroepskennis verwerven;
· Algemene kennis verwerven op sociaal-economisch vlak.

1. 2. Voorwaarden

Niet om het even wie kan een werknemersleercontract afsluiten.

Voorwaarden voor de leerling:
· je hebt voldaan aan de voltijdse leerplicht;
· je bent minstens 16 jaar of 15 jaar oud en hebt 2 jaar secundair onderwijs achter de rug;
· als minderjarige heb je de toestemming van je ouders of voogd nodig;
· je bent nog geen 18 jaar bij het starten van de leerovereenkomst (individuele afwijkingen mogelijk);
· je mag nog geen opleiding hebben gevolgd voor dit beroep en dus niet in het bezit zijn van een diploma of getuigschrift;
· je moet fysisch geschikt zijn (medisch onderzoek georganiseerd door de werkgever);
· je inschrijven in een Centrum voor Deeltijds Onderwijs tot 31 januari van het lopende schooljaar (afwijkingen mogelijk mits motivering).

Voorwaarden voor de onderneming:
· indien de werkgever zelf de leerling begeleidt, dan moet hij/zij minstens 25 jaar oud zijn en ten minste 7  jaar beroepservaring hebben in het beroep waarvoor een leerovereenkomst wordt afgesloten;
· de werkgever kan een opleidingsverantwoordelijke aanduiden voor de praktische opleiding: hij/zij moet min. 25 jaar oud zijn en 7 jaar beroepservaring hebben én erkend zijn door het Paritair Leercomité;
· als de opleidingsverantwoordelijke niet voldoet aan de vooropgestelde voorwaarden, dan kan de werkgever instructeurs aanduiden die beantwoorden aan de leeftijd- of beroepsvoorwaarden;
· de werkgever en de begeleiders moeten erkend zijn door het Paritair Leercomité.

1. 3. Paritair Leercomité (PLC)

Je kan niet om het even waar een werknemersleercontract afsluiten. Per beroepssector wordt door een Paritair Comité  (=vertegenwoordigers van werknemers en werkgevers) bepaald of er in de sector (b.v. metaal, bouw, voeding, textiel,…) een ILC (= Industrieel leercontract) kan worden afgesloten. Een Paritair Leercomité werkt dit dan verder uit.

Taken van het PLC
Per beroep wordt een model van opleidingsprogramma opgesteld, waarbij de inhoud van de opleiding en de duur van de leertijd wordt bepaald.

Per sector maakt het Paritair Leercomité een voorstel op van een leerreglement  waarin o.m. de volgende elementen aan bod komen:
· de beroepen waarvoor een leerovereenkomst mag afgesloten worden;
· de duur van de leertijd per beroep;
· de berekeningswijze van de maandelijkse leervergoedingen;
· de eventuele afwijkingen op de leeftijdsgrens voor het afsluiten van een leerovereenkomst;
· de verdeling van de praktische en theoretische opleiding;
· het inrichten van de proeven op het einde van de leertijd;
· het model van de leerovereenkomst.

Zij staan afwijkingen toe op de maximumleeftijd van de leerling en erkennen  de werkgevers binnen de verschillende opleidingen.

Zij houden ook toezicht op de opleidingen, en krijgen hiervoor ondersteuning van de ondernemingsraad of de syndicale afvaardiging in het bedrijf.

1. 4. De  Overeenkomst

Ga na of je overeenkomst correct is opgesteld en of je de nodige documenten hebt ontvangen.

Schriftelijke overeenkomst
De leerovereenkomst moet voor iedere leerling afzonderlijk worden opgesteld.  Je ontvangt deze ten laatste op het ogenblijk dat je begint te werken.
Binnen de 3 werkdagen bezorgt de werkgever een kopie van de leerovereenkomst  en een getuigschrift van de arbeidsgeneesheer aan het Paritair Leercomité en de ondernemingsraad (of aan de syndicale afvaardiging).

De leerovereenkomst is opgesteld volgens een vast model en omvat onder meer volgende elementen:
· duur van de overeenkomst en de proeftijd;
· gegevens omtrent het ondernemingshoofd (en de opleidingsverantwoordelijk en/of de instructeur) en de leerling;
· gegevens omtrent de theoretisch en praktische opleiding (adres, tijdstip,…);
· het bedrag van de leervergoeding;
· de verplichtingen van beide partijen;
· het leerreglement ;
· het opleidingsprogramma.


Je ontvangt de volgende documenten:
· de leerovereenkomst;
· het leerreglement (met de rechten en plichten van beide partijen);
· het opleidingsprogramma.


Duur van de overeenkomst
Het contract is van bepaalde duur en omvat minstens 6 maanden en over het algemeen maximum 2 jaar. Het contract heeft een proeftijd van minimum 1 maand en maximum 3 maanden.
Indien de proeftijd niet bepaald wordt in het contract, dan bedraagt deze 1 maand.

Wanneer je niet slaagt voor het eindexamen, kan de leerovereenkomst verlengd worden voor eventuele herexamens. (de duur wordt bepaald door het PLC)

1. 5. Verplichtingen tijdens de overeenkomst

Verplichtingen van de leerling:
· beroepspraktijk aanleren onder het gezag van de werkgever;
· jouw taken zorgvuldig en nauwkeurig uitvoeren;
· het geheim houden van bedrijfsaangelegenheden;
· het materiaal en werkkledij in goede staat terugbezorgen;
· onder toezicht van de werkgever de nodige lessen bijwonen en je aanbieden voor de examens.

Verplichtingen van de werkgever:
· een individueel opleidingsprogramma opstellen in overleg met het Centrum voor Deeltijds Onderwijs;
· bijhouden van het opleidingsboekje, waarin het programma is opgenomen;
· zorgen voor een degelijk onthaal van de leerling en een praktische beroepsopleiding zoals in het programma vermeld staat;
· toepassen van de sociale zekerheid en de arbeidswetgeving (b.v. verzekering arbeidsongevallen, naleven van het uurrooster);
· een geneeskundig onderzoek voorzien voor de leerling;
· ervoor zorgen dat de leerling regelmatig de theoretische opleiding volgt ;
· de nodige hulp (materiaal, kledij,…) verschaffen om zijn taken te kunnen volbrengen;
· de nodige maatregelen nemen ter bescherming van de veiligheid en de gezondheid van de leerling.

1. 6. Leervergoeding

Je ontvangt een maandelijkse leervergoeding van de werkgever. Deze vergoeding geldt zowel voor het volgen van de theoretische opleiding als voor de praktijkopleiding.

Minimumvergoeding

De leervergoeding wordt berekend op basis van 50% van het gewaarborgd minimum maandinkomen. Je krijgt een percentage daarvan, afhankelijk van je leeftijd. De bedragen worden regelmatig verhoogd. (Cijfers 01-10-2008)
 

Leeftijd                           %                         Vergoeding in EUR
21 jaar en ouder       100%                                693,80
20 jaar                           94%                                652,20
19 jaar                           88%                                610,50
18 jaar                           82%                                568,90
17 jaar                           76%                                527,30
16 jaar                           70%                                485,70
15 jaar                           64%                                444,00

Lagere leervergoeding?
Heb je geen getuigschrift van het derde jaar secundair onderwijs en/of geen werkervaring van 6 maanden, dan word je beschouwd als een “laaggeschoolde leerling”. Je leervergoeding kan dan de eerste maand of maanden van het leercontract minder bedragen dan hierboven. De percentages worden dan toegepast op een derde van het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen.

Leeftijd                               %                                 Vergoeding in EUR
21 jaar en ouder            100%                                       462,50
20 jaar                                94%                                       434,80
19 jaar                                88%                                       407,00
18 jaar                                82%                                       379,30
17 jaar                                76%                                       351,50
16 jaar                                70%                                       323,80
15 jaar                                64%                                       296,00


Geen lessen?
Als je tijdens de leerovereenkomst niet aanwezig moet zijn in het Centrum voor Deeltijds Onderwijs (bv. schoolvakanties), dan heb je recht op een hogere maandelijkse leervergoeding. Naargelang het aantal dagen dat je extra gewerkt hebt in het bedrijf, wordt jouw leervergoeding verhoogd.

Vervoersonkosten
De terugbetaling van de verplaatsingskosten naar het werk is wettelijk vastgelegd en afhankelijk van de afstand. 

1. 7. Schorsing van de leerovereenkomst

Jouw overeenkomst kan geschorst worden om een aantal redenen, onder meer door:
· ziekte of een ongeval;
· vakantie;
· verlof om dwingende familiale redenen  (bv. dringende hulp bij een ongeval van de ouders);
· klein verlet   (bv. huwelijk van je broer of zus);
· overmacht;
· zwangerschapsrust;
· tijdelijke werkloosheid.
 

Schorsing of vroegtijdige beëindiging?

Je bent jonger dan 18:
· onmiddellijk recht op een overbruggingsuitkering indien je een opleiding van minimum 6 maanden achter de rug hebt en de leerovereenkomst verbroken of geschorst is onafhankelijk van jouw wil (b.v. tijdelijke technische of economische werkloosheid);
· als je nog geen 6 maanden opleiding achter de rug hebt, dan moet je een wachttijd doorlopen van 155 dagen (praktijkopleiding, lesdagen en zaterdagen meegeteld).

Je bent tussen de 18 en 26 jaar:
· onmiddellijk recht op een wachtuitkering indien je reeds een opleiding van 233 dagen achter de rug hebt en de leerovereenkomst verbroken of geschorst is onafhankelijk van jouw wil;
· je hebt geen 233 dagen opleiding achter de rug, dan moet je een wachttijd doorlopen tot deze 233 dagen bereikt zijn.

1.8. Einde van de leerovereenkomst

De leerovereenkomst wordt onmiddellijk verbroken om volgende redenen:
· einde van de leerovereenkomst;
· door het overlijden van de leerling;
· op verzoek van de leerling bij overlijden van de werkgever, faillissement, sluiting of overname van de onderneming;
· door overmacht;
· om dringende redenen* kan zowel de werkgever als jijzelf onmiddellijk de leerovereenkomst beëindigen zonder opzegtermijn noch opzegvergoeding.

*een ernstige tekortkoming die iedere verdere professionele samenwerking tussen jou en de werkgever onmiddellijk en definitief onmogelijk maakt; het ontslag wordt uiterlijk 3 werkdagen na de feiten aan de betrokkene medegedeeld.


Wie de leerovereenkomst vroeger wil beëindigen moet een aantal regels respecteren.

Einde van de leerovereenkomst tijdens de proefperiode:
· tijdens de eerste maand kan jij of de werkgever het contract beëindigen mits een opzegtermijn van 7 kalenderdagen, maar het contract wordt ten vroegste beëindigd de laatste dag van deze maand;
· tijdens de 2de en de 3de maand van de proeftijd kan het contract beëindigd worden met een opzegtermijn van 7 dagen;
· ben je tijdens de proeftijd langer dan 1 maand afwezig (ziekte of ongeval) dan kan de werkgever de overeenkomst opzeggen zonder opzegvergoeding.

De leerovereenkomst wordt schriftelijk opgezegd.  De opzegging gebeurt bij overhandiging (laat een exemplaar tekenen voor ontvangst) of met een aangetekend schrijven.  De opzeggingstermijn van 7 kalenderdagen gaat in de dag volgend op deze opzegging.

Einde van de leerovereenkomst na de proefperiode:
· indien er ernstige twijfels zijn om de overeenkomst tot een goed einde te brengen en het zinloos is om verder te zetten, dan kan het contract na de proeftijd verbroken worden door beide partijen zonder opzegging of opzegvergoeding (een motivatie is noodzakelijk);
· indien je langer dan 6 maanden ziek of lichamelijk ongeschikt bent, kan de werkgever de overeenkomst opzeggen mits het betalen van 3 maanden leervergoeding; jij kan eveneens het contract opzeggen mits betaling van 1,5 maanden leervergoeding;
· wanneer de werkgever zijn verplichtingen niet nakomt of het opleidingsprogramma niet volgt, dan kan jij de overeenkomst beëindigen en moet de werkgever jou 3 maanden leervergoeding betalen én een vergoeding van min. 3 maanden loon;
· De opzegging gebeurt bij overhandiging (van kracht de dag nadien) of met een aangetekend schrijven (opzeg gaat in de derde werkdag volgend op de verzending).

Toezicht Paritair Leercomité
Het PLC wordt steeds op de hoogte gebracht van de vroegtijdige beëindiging van de leerovereenkomst.

Bij betwisting beslist het Paritair Leercomité of de aangehaalde reden gegrond was.  Is de opzegging van de overeenkomst ongegrond, dan wordt deze overeenkomst verder gezet of er wordt een opzegvergoeding uitbetaald (opzeg door werkgever: 3 maanden leervergoeding verschuldigd; opzeg door de leerling: 1,5 maanden leervergoeding betalen).

1.9. Sociaal statuut

Arbeidsrecht
De leerlingen worden hier gelijkgesteld met de werknemers. Het arbeidsrecht is dus ook van toepassing, zoals onder meer de loonbeschermingswet, het recht  op feestdagen, tussenkomst sociaal abonnement, de reglementering inzake veiligheid en gezondheid, het arbeidsreglement,  enz.

Sociale zekerheid (RSZ)
Het ondernemingshoofd betaalt enkel bijdragen voor de jaarlijkse vakantie voor de leerling-arbeider, de bijdragen voor het Fonds voor Sluiting van Ondernemingen en het Fonds voor Bestaanszekerheid.  De leerling zelf betaalt geen RSZ-bijdragen.

Kinderbijslag
Tot  31 augustus van het jaar waarin je 18 wordt, ontvang je kinderbijslag zonder enige voorwaarden.  Tot je 25ste behoud je het recht op kinderbijslag als je minder dan € 480,47 per maand verdient.

Ziekte
De leerovereenkomst wordt tijdelijk geschorst. Je bezorgt de werkgever onmiddellijk een doktersattest. Je bent zelf ingeschreven bij de mutualiteit, dus jouw dokterskosten worden gedeeltelijk terugbetaald. 
Na een wachttijd van 6 maanden heb je recht op een vervangingsinkomen dat gelijk is aan een wachtuitkering. Indien je langer dan 1 jaar arbeidsongeschikt bent, dan ontvang je een invaliditeitsuitkering.  

Arbeidsongeval
Bij een ongeval in de onderneming, of op weg van en naar het werk of de lessen, ben je verzekerd via de arbeidsongevallenverzekering van de werkgever.  Alles wordt rechtstreeks geregeld met de verzekering. (idem voor beroepsziekten)  

Werkloos: Start en stagebonus
De overbruggingsuitkeringen (toegekend aan jongeren tijdens de duur van de deeltijdse leerplicht) zijn afgeschaft vanaf 1 juli 2006, behalve in geval van tijdelijke werkloosheid.

Invoering Startbonus
De overbruggingsuitkering wordt vanaf 1 september 2006 vervangen door de startbonus. Dit is een premie die toegekend wordt aan de jongere die deeltijds onderwijs volgt en onderworpen is aan de deeltijdse leerplicht (de deeltijdse leerplicht eindigt op 30 juni van het jaar dat je 18 wordt), samen met een stage (= praktijkopleiding) in een onderneming van minstens 4 maanden. De startbonus wordt toegekend gedurende maximum 3 jaar, telkens wanneer je geslaagd bent voor een opleidingsjaar.

Het bedrag van de startbonus is:
- 500 EUR op het einde van het eerste en het tweede opleidingsjaar;
- 750 EUR op het einde van het derde opleidingsjaar.

Deze startbonus wordt door de jongere aangevraagd bij de RVA met het formulier C 63 BONUS, binnen de drie maanden na de start van de arbeids- of opleidingsovereenkomst. Dit formulier wordt ingevuld door de jongere, de onderwijsinstelling en de werkgever.

Om de startbonus dan effectief te ontvangen, moet je deze aanvragen binnen vier maanden na het einde van het opleidingsjaar. Bij deze aanvraag moet een attest van de onderwijs- of opleidingsinstelling worden gevoegd, waaruit blijkt dat je geslaagd bent.

De RVA betaalt de startbonus rechtstreeks aan de jongere zelf, op het einde van elk geslaagd opleidingsjaar.
De stagebonus wordt toegekend aan werkgevers die deze jongeren tewerkstellen.

1.10. Inschrijven bij de VDAB

Je moet je inschrijven bij de VDAB als werkzoekende. De wachttijd gaat dan in. Dit is noodzakelijk voor het ontvangen van een overbruggingsuitkering.
Indien je bij de VDAB ingeschreven bent en een schriftelijke toestemming aan het CDO gegeven hebt, dan kan de trajectbegeleider je registreren in het CVS- systeem (Cliënt Volgsysteem).



2) Het Syntra-leercontract

2.1. Leren en werken

Wil je een zelfstandig beroep aanleren, dan kies je voor het Syntra-leercontract. Het Syntra-leercontract is een contract van bepaalde duur tussen een leerling en een onderneming, met bemiddeling van een leertrajectbegeleider.
De praktijkcommissie (vertegenwoordigers vakbonden en organisaties van zelfstandigen) erkent en controleert de leerovereenkomsten.
De onderneming zorgt voor de praktijkervaring, en een Centrum voor Middenstandsopleiding (CMO) of Syntra-centrum zorgt voor een aanvullende theoretische opleiding. Leerplichtige leerlingen kunnen een leerovereenkomst beginnen tussen 1 juli en 31 januari.
De duur van de opleiding (1, 2 of 3 jaar) hangt af van de leeftijd en de vooropleiding van de leerling. Het totaal van de uren praktijk en van de lesuren mag de in de sector geldende arbeidsduur niet overschrijden. Syntra is het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming.


2. 2. Voorwaarden

Niet om het even wie kan een Syntra-overeenkomst afsluiten.

Voorwaarden voor de leerling:
· je hebt voldaan aan de voltijdse leerplicht;
· je bent minstens 16 jaar of 15 jaar oud en 2 jaar secundair onderwijs achter de rug;
· ben je minderjarige, dan heb je de toestemming van je ouders of voogd nodig;
· je moet lichamelijk geschikt zijn - ARAB (medisch onderzoek ondergaan georganiseerd door de werkgever).

Voorwaarden voor de werkgever:
· minstens 25 jaar oud zijn en ten minste 5  jaar beroepspraktijk hebben waarvan 2 jaar als ondernemingshoofd;
· of 23 jaar oud en in het bezit zijn van een diploma ondernemingsopleiding of een bewijs van bijzondere bekwaamheid of opleiding;
· van onberispelijk gedrag zijn;
· een degelijke praktijkopleiding kunnen verzekeren binnen het bedrijf;
· het ondernemingshoofd kan een monitor of begeleider aanduiden voor de praktische begeleiding (zelfde voorwaarden met uitzondering van 2 jaar ondernemingshoofd).

2.3.  Leertrajectbegeleider

De leerovereenkomst moet schriftelijk opgemaakt worden door bemiddeling van een leertrajectbegeleider.  Volg je een opleiding in het bedrijf van je ouders, dan wordt er een leerverbintenis afgesloten tussen jouw ouders en de leertrajectbegeleider.

Taken van de leertrajectbegeleider:
· brengt de administratie in orde, wijst je op je rechten en plichten en begeleid je tijdens deze periode;
· wijst beide partijen op de voorwaarden, de verplichtingen (lessen, programma, takenboekje,…) en de formaliteiten;
· maakt de overeenkomst op en laat ze ondertekenen;
· bezorgt de nodige aanvullende informatie ;
· maakt het aanvraagdossier over aan het Syntra opdat de overeenkomst kan worden erkend of geweigerd;
· na erkenning overhandigt hij aan het ondernemingshoofd en de leerjongere een exemplaar van de overeenkomst en de nodige documenten voor de kinderbijslag, ziekenfonds,…;
· heeft een bemiddelende rol bij eventuele geschillen.

2.4. Leerovereenkomst

Ga na of je overeenkomst correct is opgesteld en of je de nodige documenten hebt ontvangen.
Ben je jonger dan 18, dan kan je een leerovereenkomst afsluiten tussen 1 juli en 31 januari. Ben je ouder dan kan je dit het hele jaar door.

Schriftelijke leerovereenkomst
De leerovereenkomst moet de volgende elementen omvatten:
· duur van de overeenkomst en de proeftijd;
· gegevens omtrent het ondernemingshoofd (of de monitor) en de leerling;
· het bedrag van de vergoeding;
· verwijzing naar de wettelijke arbeidsbepalingen die van toepassing zijn;
· de aansprakelijkheid van het ondernemingshoofd en de leerling;
· bij uitsluiting van het ondernemingshoofd moet een vergoeding betaald worden aan de leerling.

Bij deze leerovereenkomst worden de volgende documenten toegevoegd:
· het opleidingsprogramma;
· rechten en plichten van beide partijen;
· bepalingen inzake schorsing en einde van de overeenkomst;
· het takenboekje.


2.5. Verplichtingen tijdens de overeenkomst

Verplichtingen van de leerling:
· de opleiding willen voleindigen en geen overeenkomst verbreken zonder belangrijke redenen;
· de eventuele reden van verbreking schriftelijk meedelen aan de leertrajectbegeleider;
· bijhouden van het takenboek waarin een overzicht gegeven wordt van jouw ervaringen en taken in het bedrijf en de gevolgde lessen;
· de richtlijnen volgen van het ondernemingshoofd of de monitor in functie van je opleiding;
· de opgedragen taken zorgvuldig en op tijd zoals overeengekomen te volbrengen;
· regelmatig de lessen bijwonen;
· deelnemen aan examens;
· het geheim bewaren inzake bedrijfsaangelegenheden;
· het materiaal en werkkledij in goede staat terugbezorgen.

Verplichtingen van de werkgever:
· een geneeskundig onderzoek voorzien voor de leerling;
· opvolgen van en bespreken van de notities van de leerjongere in zijn takenboek;
· toepassing van de sociale zekerheid en de arbeidswetgeving (b.v. verzekering arbeidsongevallen, naleven van het uurrooster);
· ongewettigde afwezigheden melden aan de leertrajectbegeleider;
· zorgen voor praktische vorming zoals in het programma vermeld staat;
· de nodige hulp (materiaal, kledij,…) verzekeren;
· de ouders en de leertrajectbegeleider op de hoogte houden van het verloop van de opleiding;
· ervoor zorgen dat de leerling regelmatig de cursussen volgt en aan het eindexamen deelneemt;
· de bemiddeling van de leertrajectbegeleider vragen bij moeilijkheden;
· de leerovereenkomst niet zonder dringende reden éénzijdig verbreken, eventuele redenen van verbreking van het contract schriftelijk melden aan de leertrajectbegeleider;
· de aangekondigde pedagogische vergaderingen of bijscholingen bijwonen;
· de nodige maatregelen nemen ter bescherming van de veiligheid en de gezondheid van de leerling.

2.6. Leervergoeding

Bij een leerovereenkomst is je werkgever verplicht je een maandelijkse minimumvergoeding te betalen voor je werk en het volgen van de lessen. 

-18 jaar    

1e jaar       € 290,60
2e jaar       € 387,47
3e jaar       € 480,47*

* Dit bedrag komt overeen met de kinderbijslaggrens. Wanneer deze grens wordt verhoogd, zal ook de leervergoeding verhogen tot € 484,34.

Wat met een gecontroleerde leerverbintenis? (= Werken bij je ouders)
Een gecontroleerde leerverbintenis is een verbintenis van het ondernemingshoofd tegenover de leertrajectbegeleider, waarbij het ondernemingshoofd zich ertoe verbindt een praktijkopleiding te geven aan de leerling over wie hij de ouderlijke macht of de voogdij uitoefent.
Jouw ouders zijn niet verplicht om een vergoeding te betalen als je thuis werkt. Maar indien je tijdens je opleiding meerderjarig wordt, dan wordt het automatisch een leerovereenkomst met vergoeding.

Na je examens
Ben je geslaagd voor je examen en stap je over naar het volgende jaar, dan krijg je de verhoogde leervergoeding vanaf 1 juli. Ben je niet geslaagd, dan blijft de vergoeding ongewijzigd.

Vervoersonkosten
De terugbetaling van de verplaatsingskosten naar het werk is wettelijk vastgelegd en afhankelijk van de afstand. 

2.7. Schorsing van de leerovereenkomst

Jouw overeenkomst kan geschorst worden om een aantal redenen:
· ziekte of een ongeval;
· vakantie;
· verlof om dwingende familiale redenen;
· klein verlet;
· overmacht;
· zwangerschap;
· tijdelijke werkloosheid.

2.8. Einde van de leerovereenkomst

Jouw overeenkomst kan eindigen op het afgesproken tijdstip (ten vroegste op 30 juni van het examenjaar), maar kan ook vroegtijdig onderbroken worden om volgende redenen:

Onmiddellijke beëindiging:
· door het overlijden van één van de betrokken partijen of het vertrek van de monitor;
· door overmacht;
· wegens intrekking of opheffing van de erkenning van de overeenkomst;
· wanneer de overeenkomst langer dan 6 maanden is geschorst (b.v. ziekte of ongeval), dan kunnen beide partijen deze onmiddellijk opzeggen; de leertrajectbegeleider wordt hiervan op de hoogte gebracht;
· je kiest een ander beroep, mits ernstige motieven en na advies van het centrum.

Tijdens de proefperiode:
De overeenkomst kan door beide partijen schriftelijke opgezegd worden mits een opzeggingstermijn van 10 kalenderdagen.  De opzegging gebeurt bij overhandiging of met een aangetekend schrijven en gaat in de dag na deze opzegging. Het ondernemingshoofd brengt de leertrajectbegeleider op de hoogte.

Omwille van ernstige redenen:
· de leerling of de werkgever komt de verplichtingen van de leerovereenkomst niet na;
· de praktijkopleiding wordt ernstig belemmerd.

Dan moeten beide partijen de reden schriftelijk melden aan de leertrajectbegeleider. De provinciale dienst van het VIZO tracht beide partijen te verzoenen.  Indien zij daar niet in slaagt, dan beslist zij of de leerling of het ondernemingshoofd een geldige reden heeft om de leerovereenkomst te verbreken.

Wegens een dringende reden:
· een ernstige tekortkoming waardoor elke verdere professionele samenwerking tussen de leerling en het ondernemingshoofd onmiddellijk en definitief onmogelijk wordt (b.v. diefstal)
Het ontslag wordt uiterlijk 3 werkdagen na de feiten aan de betrokkene medegedeeld.
Na uiterlijk 5 dagen wordt de reden van ontslag meegedeeld aan de leertrajectbegeleider. Na onderzoek oordeelt de praktijkcommissie van het VIZO of de reden van het ontslag geldig is.

2. 9. Sociaal statuut

Arbeidsrecht
De leerlingen worden hier gelijkgesteld met werknemers. De loonbeschermingswet, het recht  op feestdagen, tussenkomst sociaal abonnement, de reglementering inzake veiligheid en gezondheid, het arbeidsreglement, enz. zijn dus ook van toepassing.

Sociale zekerheid (RSZ)
Het ondernemingshoofd betaalt geen sociale zekerheidsbijdragen voor de leerling, uitgezonderd voor de jaarlijkse vakantie voor de leerling-arbeiders, de bijdragen voor het Fonds voor Sluiting van Ondernemingen en het Fonds voor Bestaanszekerheid. 
De leerling zelf betaalt geen RSZ-bijdragen.

Kinderbijslag
Tot  31 augustus van het jaar waarin je 18 wordt, ontvang je kinderbijslag zonder enige voorwaarden.  Tot je 25ste behoud je het recht op kinderbijslag zolang je minder dan € 480,47 per maand verdient.
De terugbetaling van de vervoerskosten, het vakantiegeld en kosteloze maaltijden worden niet bij de leervergoeding geteld en hebben dus geen invloed op het recht op kinderbijslag.  Fooien worden wel bij de leervergoeding bijgeteld.

Arbeidsongeval
Bij een ongeval in de onderneming, of op weg van en naar het werken of de lessen, ben je verzekerd via de arbeidsongevallenverzekering van de werkgever.  Alles wordt rechtstreeks geregeld met de verzekering.  Het ondernemingshoofd brengt de leertrajectbegeleider hiervan op de hoogte. Als de schorsing langer dan 1 maand duurt, dan kan de duur van je opleiding verlengd  worden. (in geval van een beroepsziekte is een vergoeding voorzien die meestal gelijk is aan deze voor een arbeidsongeval)

2.10. Werkloos: Start- en stagebonus
De overbruggingsuitkeringen (toegekend aan jongeren tijdens de duur van de deeltijdse leerplicht) zijn afgeschaft vanaf 1 juli 2006, behalve in geval van tijdelijke werkloosheid.

Invoering Startbonus
De overbruggingsuitkering wordt vanaf 1 september 2006 vervangen door de startbonus. Dit is een premie die toegekend wordt aan de jongere die deeltijds onderwijs volgt en onderworpen is aan de deeltijdse leerplicht (de deeltijdse leerplicht eindigt op 30 juni van het jaar dat je 18 wordt), samen met een stage (= praktijkopleiding) in een onderneming van minstens 4 maanden. De startbonus wordt toegekend gedurende maximum 3 jaar, telkens wanneer je geslaagd bent voor een opleidingsjaar.

Het bedrag van de startbonus is:
- 500 EUR op het einde van het eerste en het tweede opleidingsjaar;
- 750 EUR op het einde van het derde opleidingsjaar.

Deze startbonus wordt door de jongere aangevraagd bij de RVA met het formulier C 63 BONUS, binnen de drie maanden na de start van de arbeids- of opleidingsovereenkomst. Dit formulier wordt ingevuld door de jongere, de onderwijsinstelling en de werkgever.

Om de startbonus dan effectief te ontvangen, moet je deze aanvragen binnen vier maanden na het einde van het opleidingsjaar. Bij deze aanvraag moet een attest van de onderwijs- of opleidingsinstelling worden gevoegd, waaruit blijkt dat je geslaagd bent.
De RVA betaalt de startbonus rechtstreeks aan de jongere zelf, op het einde van elk geslaagd opleidingsjaar.
De stagebonus wordt toegekend aan werkgevers die deze jongeren tewerkstellen.




3) Een deeltijds arbeidscontract

3.1 Wie?

Deeltijds leerplichtige jongeren, d.w.z. 15 jaar  en eerste twee leerjaren (= de eerste graad) van het voltijds secundair onderwijs hebben voleindigd (het is niet nodig dat je slaagt) of 16 jaar.

3.2. Wat?

Volg je les aan een Centrum voor Deeltijdse onderwijs van het DBSO (Deeltijds Beroepssecundair Onderwijs), dan kan je werken met een deeltijds arbeidscontract.
Het betreft hier een deeltijdse arbeidsovereenkomst van bepaalde of onbepaalde duur.
Het leren gebeurt in een Centrum voor Deeltijds Onderwijs (CDO) of een Centrum voor Deeltijdse Vorming (CDV) In principe wordt de vorming gegeven  gedurende 2 dagen per week waarvan minimaal 6u praktische en technische vakken en minimaal 6 u algemene vakken.

3.3. Loon

Het loon wordt in de meeste bedrijven bepaald door een CAO (Collectieve Arbeidsovereenkomst), afgesloten tussen vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers. In elk geval heb je recht op minstens het minimale “jeugdloon”. Wil je weten hoeveel je gaat verdienen, contacteer ABVV-jongeren voor het juiste bedrag in die sector.

Een overzicht van het wettelijke bruto minimumloon en het daarvan afgeleide bruto jeugdloon, voor werknemers die jonger zijn dan 21 jaar (cijfers 1/10/2008)

Leeftijd   %    Maandloon    Uurloon 38u/week     Uurloon 39u/week
    
21         100   € 1.387,49                     € 8,43                        € 8,21
20           94   € 1.304,24                      € 7,92                         € 7,72
19           88   € 1.220,99                      € 7.41                         € 7,22
18           82   € 1.137,74                      € 6,91                         € 6,73
17           76   € 1.054,49                      € 6,40                         € 6,24
16           70   € 971,24                          € 5,90                         € 5,75
15           70   € 971,24                         € 5,90                         € 5,75

3.4. Statuut

Voor jou gelden dezelfde rechten en plichten als voor elke andere werknemer binnen de onderneming!

3.5. Ziekenfonds

Individuele aansluiting bij het ziekenfonds is verplicht.

3.6. Kinderbijslag

Het recht op kinderbijslag blijft bestaan tot 30 augustus van het jaar waarin je 18 wordt, ongeacht het bedrag van het loon dat je krijgt.
Ben je ouder dan 18 jaar, dan blijft je kinderbijslag behouden als je minder dan 80 uren per maand werkt of minder dan € 480,47 bruto per maand verdient.

3.7. Werkloos: start en stagebonus
De overbruggingsuitkeringen (toegekend aan jongeren tijdens de duur van de deeltijdse leerplicht) zijn afgeschaft vanaf 1 juli 2006, behalve in geval van tijdelijke werkloosheid.

Invoering Startbonus
De overbruggingsuitkering wordt vanaf 1 september 2006 vervangen door de startbonus. Dit is een premie die toegekend wordt aan de jongere die deeltijds onderwijs volgt en onderworpen is aan de deeltijdse leerplicht (de deeltijdse leerplicht eindigt op 30 juni van het jaar dat je 18 wordt), samen met een stage (= praktijkopleiding) in een onderneming van minstens 4 maanden. De startbonus wordt toegekend gedurende maximum 3 jaar, telkens wanneer je geslaagd bent voor een opleidingsjaar.

Het bedrag van de startbonus is:
- 500 EUR op het einde van het eerste en het tweede opleidingsjaar;
- 750 EUR op het einde van het derde opleidingsjaar.

Deze startbonus wordt door de jongere aangevraagd bij de RVA met het formulier C 63 BONUS, binnen de drie maanden na de start van de arbeids- of opleidingsovereenkomst. Dit formulier wordt ingevuld door de jongere, de onderwijsinstelling en de werkgever.

Om de startbonus dan effectief te ontvangen, moet je deze aanvragen binnen vier maanden na het einde van het opleidingsjaar. Bij deze aanvraag moet een attest van de onderwijs- of opleidingsinstelling worden gevoegd, waaruit blijkt dat je geslaagd bent.

De RVA betaalt de startbonus rechtstreeks aan de jongere zelf, op het einde van elk geslaagd opleidingsjaar.
De stagebonus wordt toegekend aan werkgevers die deze jongeren tewerkstellen.




4) Brugprojecten

4.1. Wie en wat?

Je slaagt er niet in om een gepaste tewerkstelling te vinden.  Een tewerkstelling op de werkvloer vergt van jou extra inspanningen.  Door een individuele begeleiding in een onderneming kan je dan voldoende arbeidsattitudes en –vaardigheden ontwikkelen.  In dat geval kom je in aanmerking voor een brugproject.
Een brugproject omvat een sterk begeleide leerwerkperiode om jongeren voor te bereiden op een inschakeling in het gewone arbeidscircuit.
Normaal ingeschreven zijn in het deeltijds onderwijs is voldoende.

Werkgevers kunnen VZW’s, OCMW’s of gemeentebesturen zijn. Er bestaan heel wat formules. Informeer je bij ABVV-jongeren!
 
4.2. Leren en werken

Je volgt les in een Centrum voor Deeltijds Onderwijs (CDO) dat steeds verbonden is aan een voltijds TSO- of BSO-school of een erkend Centrum voor Deeltijdse Vorming  (CDV) gedurende 15 uren per week. Tijdens de overige 20 uren volg je een opleiding in een brugproject. Een brugproject wordt georganiseerd door een promotor. Dit is een organisatie met rechtspersoonlijkheid die structureel, organisatorisch en financieel volledig onafhankelijk werkt van het CDO of CDV.

4.3. Vergoeding

Je opleidingsvergoeding is een maandelijks vast bedrag (jaarlijks geïndexeerd). (€ 284,90/maand op 1 januari 2010, index 100 %)
Je behoudt het recht op kinderbijslag.

4.4. Ziekenfonds

Je blijft voor de mutualiteit bij je ouders.

4.5. Nog andere trajecten

Naast deze brugprojecten bestaan er ook nog "voortrajecten" (voor jongeren die niet klaar zijn voor de arbeidsmarkt) en "persoonlijke ontwikkelinstrajecten" (voor jongeren met meer complexe problemen).



5) Thuishulp

Je kan een opleiding volgen in het bedrijf van jouw ouders. Maar bij een werknemersopleiding wordt er geen arbeidscontract afgesloten waardoor de leerjongere geen arbeidsstatuut heeft.
Je volgt 2 dagen per week (15u) opleiding in het Deeltijds Beroepssecundair Onderwijs, een Centrum voor Deeltijdse Vorming of in een Syntra-centrum.

Je hebt recht op kinderbijslag tot 31 augustus van het jaar waarin je 18 wordt.  Nadien behoud je het recht op kinderbijslag indien je niet meer dan € 480,47 maand verdient. Voor de ziekteverzekering blijf je ten laste van je ouders.



6) Individuele beroepsopleiding (IBO) voor deeltijds leerplichtigen

6.1. Wie?

De individuele beroepsopleiding wordt georganiseerd door de VDAB. Ben je een deeltijdse leerling en vind je geen werk of leercontract, neem dan best zo snel mogelijk contact op met de VDAB.

6.2. Voorwaarden

Een individuele beroepsopleiding (IBO) voor deeltijds leerplichtigen behoort tot de mogelijkheden als je ingeschreven bent in een Centrum voor Deeltijds Onderwijs en geen deeltijdse arbeidsovereenkomst, deeltijdse stageovereenkomst, werknemersleercontract hebt en niet in een brugproject of als helper van een zelfstandige actief bent.
 

6.3. Leren en werken

Het opleidingsplan en het jobprofiel worden opgesteld met de hulp van de trajectbegeleider van het Centrum voor Deeltijds Onderwijs.
De aard van de IBO hoeft echter niet noodzakelijk overeen te stemmen met de aard van je opleiding in het centrum voor deeltijds onderwijs.
De IBO duurt maximum 3 dagen per week. Je moet immers nog 2 dagen naar school gaan.
De begeleiding tijdens de IBO (16 uren) gebeurt door de VDAB.
De maximum duurtijd van de IBO is 6 maanden. (verlengbaar tot max. 12 maanden)

6.4. Vergoeding

Compensatievergoeding
Je krijgt een compensatievergoeding van 9,60 € per dag voor alle dagen van de week (behalve zondag). De compensatievergoeding is belastbaar (bedrijfsvoorheffing van 11,11%) De compensatievergoeding wordt tijdens de IBO doorlopend uitbetaald.
Je hebt er geen recht op tijdens ziekte, voor een arbeidsongeval en ongewettigde afwezigheid.

Productiviteitspremie
Tijdens de opleiding ontvang je van de VDAB een productiviteitspremie die progressief is. Het bedrag van de premie is een percentage van het verschil tussen het normale loon van een werknemer in het beroep en de compensatievergoeding. Ook hierop is een bedrijfsvoorheffing van 11,11%  van toepassing.

Verplaatsingskosten
Je hebt ten laste van de werkgever recht op een tussenkomst in de verplaatsingskosten.

6.5. Stopzetting van de opleiding

Indien jij of de onderneming de IBO wenst stop te zetten, dan moet de VDAB met jou en de onderneming over de stopzetting onderhandelen.
De directeur van de VDAB of de gedelegeerd medewerker beslist dan op basis van het verslag over de stopzetting van de IBO.

Indien de onderneming de overeenkomst vroegtijdig stopzet zonder beslissing van de VDAB is hij jou een vergoeding verschuldigd die overeenkomt met het bedrag dat je betaald zou krijgen voor het resterende gedeelte van de opleiding.

Wanneer de schorsing (= onderbreking) van je opleiding in geval van ziekte of ongeval zo lang duurt dat je niet zonder moeilijkheden de opleiding kan verder zetten, dan kan de IBO zonder opzegging worden beëindigd.

6.6. Beslissing en einde van de opleiding

De directeur van de VDAB of een gedelegeerd medewerker beslist of je een opleiding in een onderneming, die in hun ambtsgebied gevestigd is, kan genieten. Hij beslist ook over de toelating, de beëindiging, de voorzetting of verlenging van jouw opleiding.

De onderneming verbindt er zich toe je onmiddellijk na het einde van je opleiding in loondienst te werk te stellen met een contract van onbepaalde duur.
Na de IBO kan je ook met een startbaanovereenkomst beginnen.



7) Beroepsinlevingsovereenkomsten

7.1. Inleiding

De wetgever stelde vast dat er in de praktijk een heleboel bedrijfsstageformules bestaan waarvoor er in feite geen wettelijk kader voorhanden is. M.a.w. naast de praktijkopleidingen in de onderneming die wel reglementair onderbouwd zijn, bestaan er blijkbaar nog tal van formules van praktijkstage in de onderneming zonder juridische omkadering.
Daarom wordt er via deze reglementering een gamma van normen  vastgelegd waaraan alle vormen van stage of bedrijfsopleiding minimaal moeten aan voldoen, zelfs wanneer er wel een wettelijk kader voorhanden is.

7.2. Wat zijn beroepsinlevingsovereenkomsten?

Beroepsinlevingsovereenkomsten zijn overeenkomsten waarbij de stagiair in het kader van zijn opleiding bepaalde kennis of vaardigheden verwerft bij een werkgever.

7.3. Verplicht geschrift

Een beroepsinlevingsovereenkomst moet voor iedere stagiair afzonderlijk schriftelijk worden vastgesteld, uiterlijk op het tijdstip waarop de stagiair de uitvoering van zijn beroepsinlevingsovereenkomst aanvangt.

7.4. Minimumvergoeding

de vergoeding voor de stagiairs bedraagt een percentage van de helft van het gemiddeld maandelijks minimuminkomen.
De Paritaire Comités mogen hogere minimumbedragen vaststellen, de vergoeding mag niet lager zijn dan het bedrag dat moet toegekend worden in het kader van de industriele leerovereenkomst.

7.5. Aansprakelijkheidsregeling

De stagiair is aansprakelijk voor schade aan derden of aan de werkgever. Hij is enkel aansprakelijk voor opzet, zware fout of herhaaldelijk weerkerende licht fouten.





ABVV-jongeren niet tevreden over voorstel nieuwe jobstudentenregels
Wij laten jongeren niet in de kou staan
Door de crisis toch recht op een (hogere) studietoelage?
Wij helpen bij de aanvraag van een studietoelage
ABVV-jongeren wil jobstudenten onbeperkt laten bijverdienen in de zomervakantie
Geen angst voor de vergrijzing


Deze pagina
afdrukken
Deze pagina
versturen


 ©Vlaams ABVV 2010  
deeltijds leren |
3492880039